• Start
  • Proza
  • Verhalen
  • Poëzie in Portugal en de rest van de wereld

Poëzie in Portugal en de rest van de wereld

(snel, bijna staccato, te lezen)

Het was nooit voorgekomen - niemand had het verwacht - niemand had 't voorspeld - uniek! - winter in Portugal. Zoveel regen was in jaren niet gevallen - nooit op die manier - doorgaand en doorgaand - dag in en dag uit - november - december - januari - stukken februari - en het gaat voort. De heuvels zompig, de dalen blank, beken vonden na jaren hun bedding, huizen verzakken, wegen splijten, water. De bronnen weer werkend, de putten vol, de Portugezen dol - een beloning na vele jaren droogte. Verdroging als onderwerp van gesprek, nu regen. Dras dras. Men vist met een oude klomp, een lekke emmer.
Een onverwachte hel - het huis is te klein, want je hoort buiten te wonen - het huis is te donker, zo zonder zon... - het huis is klam en drekkig, ademt vocht door schimmel. Alle klachten worden gevoed en bewaterd, pijn, ongemak, chagrijn, ze welen tierig. Vocht en duisternis als katalysator van de geest in een onwillig lichaam. En dan de lelijkheid die zichzelf kwadreert in zulke omstandigheden.
Alle gelegenheid om in deze nor te lijden. Was vrijheid niet beperking?, zat in de beperking niet de meester?, was de meester niet onderdeel van de slaaf? en had de slaaf het niet ook heel moeilijk? Toch?

Welaan, ik breek baan, zei hij.

Als er verder niets te verliezen is, kan er wat gewonnen. Het schone, ware en goede delven uit de verschrikkingen van geronnen werkelijkheid, die historie van vuile handen en onwil, van macht. Tegenstellingen elkaar ontfutselen. Schaduw en licht - een oog toe, een oog dicht - met vingers strelen waar doorheen gezien wordt - wil en onwil - kunst en vliegwerk - macht en vermedeplichtiging - van hoog tot laag - al met al: schaduw en licht. Het licht in de schaduw, de schaduw in het licht stellen. En omgekeerd.

Een gedicht zal ’t zijn, zei hij, niet strak maar ragfijn - (v)luchtig’

Even (v)luchtig als de golfoorlog, even desastreus, onbeholpen chirurgisch. De patiënt is dood, WIJ eisen begrip van hem/haar. Is de patiënt nu nog niet dood? WIJ martelen verder, steken ogen uit, vergiftigen, hongeren uit.
Even (v)luchtig als lucht die de keel schroeit, als een komiek met lachgas, als zomaar een stad.
Vluchten is een vorm van luchten.
Even (v)luchtig als kleuren en geuren. Onstabiel, altijd aanwezig, altijd zichzelf. Een verliefdheid, een verlangen.
(V)luchtig als het woord. Het woord dat pas vastgenageld wordt in hiërogliefen van de macht en van de dichter. Eeuwige tegenstelling - willens en wetens - wet en autonomie – dood en liefde.
Want de tegenstellingen vervalsen en gedijen als alles uit 't lood geslagen is. Allen tegen allen = die paar tegen de rest. Uitroken dus! Wij en zij, zij aan zij - uitroken dus tot ze stikkend vragen om een genadeschot in de bek of de nek. Schiet ze kreupel! WIJ zijn geen moordenaars. Wij bewaken slechts het sanitair.

De dichter worstelt niet met woorden maar met (be)tekens, is met pijl en boog in de weer om lucht te vangen, dat spul zo nodig om te leven. De dichter. Hij filtreert, zeeft, ontleedt, zoekt tekens om in de woorden te planten. Want de woorden zijn geannexeerd, gekolonialiseerd, gemonopoliseerd, geprostitueerd. Zeg: ik houd van jou en je maakt je voor de rest van je leven belachelijk. Of ongelukkig. Of een ander ongelukkig. Kies niet de stank van stadhuis, therapiegroep of popsong.
De dichter smeedt, maakt de taal opnieuw. Tenminste. Als hij niet zoiets irrelevants als schoonheid ambieert. Kleur dan letters, gooi ze in een emmer, laat er een vis in zwemmen en kieper 'm na veertien dagen om. Dat is schoonheid. Tenminste. Als hij niet het meest persoonlijke en diepe heeft willen uitdrukken. In die beerput houdt geen vis het veertien dagen uit. Weg schoonheid.
De dichter dus en hoe groot is de wereld niet? Klein, met grote gevolgen. Eentonigheid baart doofheid. Eenvoud baart verveling en schroeit de hersens dicht. Dichter! Krik 't op tot grote complexiteit, alleen zo is eentonigheid, eenvoud en enkelvoudigheid te tekenen, van woordkleur te voorzien. Neem terug wat tot middelmatigheid en aanpassing is verworden. Ontvreemdt de taal uit barbaarse handen. Schiet lek, schiet raak, schiet op!

Hij zegt: Het gaat niet om tijd
het gaat om de continuïteit
van het STREVEN.

Het is nooit ergens tijd voor - de tijd is nooit rijp. De geschiedenis bewijst het. Het is nooit vijf voor twaalf, maar het was al zeer vaak twaalf uur. Tijd is ordening, is macht. De macht om vijf minuten te verdonkeremanen, om de continuïteit te verbreken, om van een bloeiende lente een kale herfst te maken, van kinderen ouden van dagen, van spel werk.
Continu is wat blijft en dat zal de tijd niet zijn. De tijd heeft z'n langste tijd gehad.

we doen de klokken weg, zei hij
we verbranden de horloges
zij vroeg, wanneer doen we dat?
hij zei, ook de kalender
en terwijl de tijd de wonden heelt
in hun voordeel werkt en 't hen zal leren
rusten wij en weten nooit hoelang

Dus, dichter, streef uw streven en doe 't lang. Wees niet bang. Koester uw sterfelijkheid als een slang. Uw streven is van alle tijden!

Het had ook anders kunnen beginnen, niet in Portugal of in Portugal met zon. De aanleiding ben je uiteindelijk altijd zelf. Drift, woede en ergernis - lust for live. En verbazing over zoveel zó dwaas aangericht, zó misdadig dom en arrogant in het grote tot in het minuscule.

Heeft iemand toestemming gegeven om van de menselijke wereld zo'n etterbult alias vuilnisbelt alias beerput alias alias... te maken? Niemand en 't doet er ook niet toe. Wanneer we tenminste solidair en gelukkig naar de klote konden. Met een glimlach op het gelaat, terugkijkend op een vrij en intensief geleefd leven en dat maal 6 miljard. Alias, alias is niet te pruimen zolang de mens de mens een wolf is.
En, laat tegenstellingen nooit tegenstellingen zijn. Ze zijn voortgebracht uit middelmatigheid, luiheid van geest, hokjesgeest en andere geestloze geestverwanten. We verwelkomen daarom de dialectiek. Kom binnen, neem een stoel en luister!

tussen goed en kwaad ligt de appreciatie
tussen waar en onwaar de informatie
tussen groot en klein de meetlat
tussen mooi en lelijk het geluk
tussen rijk en arm een productiewijze
tussen geboorte en dood een leven
tussen leven en dood een zeis

En over al deze tegenstellingen is de manipulatie geschonken - een jus die ze stijft, ze allen samenbrengt.