• Start
  • Proza
  • Verhalen
  • 1993 Een gewone dag.

1993 Een gewone dag.

De slachtoffers vallen. De werkers werken. F16's doorklieven het luchtruim. Een tuinfluitertje doet wat het doet, zenuwachtig, schel, gevarieerd. Elementen die, samen met een mok koffie, mijn nieuwe ontwaken luister bijzetten en het me mogelijk maken een volgende dag, deze, te proberen.

Het is ook een ongewone dag. Wanneer ik op een verlaten stationnetje de rails van links en rechts kan overzien, naar beide zijden eindeloze kilometers, waan ik me in het Wilde Westen. Omdat de stationsklok stil staat, is het onduidelijk of ik de trein juist heb gemist of veel te vroeg aanwezig ben. Een puzzel, die zich in Nederland in korte tijd oplost, omdat stiptheid zelfs in afgelegen streken geen luxe is.
Het meisje dat schuin tegenover me zit, lijkt zojuist uit het ei gekomen. Ik heb de tijd die het roken van een sigaret kost om haar te bekijken. Onberispelijke witte gympen, een spijkerbroek nieuw om haar benen gegoten, een vrijwel wit strak truitje en een even wit, slordig op de bank gegooid jasje zonder smet, lang zwart haar dat stijl en lang past bij haar serene gezichtje, dat verraadt dat ergens blank en zwart zich hebben vermengd in haar geschiedenis - wat heet 'haar geschiedenis'?, ze is er net.
Een vlekkeloze schoonheid van zestien. Ze beweegt ritmisch haar mond terwijl ze enkele gevouwen en bedrukte a4'tjes bekijkt. Ik verbeeld me dat ze een rol aan het inprenten is voor een lokale toneelopvoering, of een gedicht leert. Geconcentreerd bekijkt ze velletje na velletje, wel merkend dat ik zo nu en dan naar haar kijk, maar daar niet merkbaar door gestoord. Welvaart, weelde.
Na tien minuten naderen wij het kopstation, aangekondigd en voorzien van het advies je bagage niet te vergeten - aan alles wordt gedacht in een geciviliseerd land. Ruim voordat ik in actie dreig te komen heeft zij zich reeds in het smetteloze opgericht en wandelt het gangpad uit. Dan zie ik pas hoe haar mondbewegingen niet met enig toneelspel te maken hebben, noch met dichterlijke troost, maar met de ongecontroleerde neiging haar walkman bij te houden. Bij skinheads en verwante types zie je die oordoppen van verre ontsieren en over het algemeen te luid de ruimte vullen. Maar zij, juist uitgepakt, verborg haar genot onder haar haren. Opgepakt in de uitstap-verzamelruimte ving ik een glimp en face van haar op. Er zat iets verdrietigs, iets droefs in haar bruine ogen. Ik zal haar nooit meer zien, want haar gympen verraden dat zij haar jeugd nog moet bewandelen.

Het bijzondere van de dag had met de dag ook niets te maken, maar met mijn waarneming - m'n stemming misschien? Nee, met het contrast tussen weten en waarnemen. In de avondzon leek de stad een paradijs - een paradijs van verspilling. Glimmend marmer, glimmend glas, kantoortuinen, die wekelijks van nieuw bloeiend gewas moesten zijn voorzien. Geen onkruid, geen vuil. Zelfs de minder geprivilegieerden verplaatsen zich op een gepoetste fiets en in schone kleren. Modieus en netjes, zoals het marmer en het glas, de kronkelende asfaltweg, een keurig geschilderde brug - de panden staan er recht en goed in de verf bij. Een modern openluchtmuseum, waarin de bezoeker kan zien hoe eind 20ste eeuw 'den burger vertoefde'. Maar hier geen hardheid van het leven, geen primitiviteit, geen achttienurige werkdag - neen, hier het glad geboende bureau, waarop slechts telefoon en computer als ongerechtigheden de indruk van werkzaamheid moeten geven.
Ik voelde een zekere euforie over me komen. Alles werkt op tijd, het glimt en werkt, het werkt en glimt. Pas een paar straten verderop lijken snoeppapiertjes weer een plaats in het stadsbeeld te krijgen, zijn de trottoirs met kauwgum bekleed, waar bovenop muureten, half vertrapt en daarna in de goot geschopt, aannemelijk maakt dat de beschaving van zo-even z'n grenzen heeft. Hier kan een schot vallen, een mes flitsen, een spuitbus in rood melden 'FUCK YOU', of meer gespecificeerd 'FUCK THE WORLD'. De armen en gedegradeerden in de bocht om het kapitaal te ondersteunen. Maar op dezelfde muur, schutting of ander voorwerp van enige omvang zijn ook hakenkruizen te vinden, de melding dat 'Joop' hier was en dat "VROUWEN BETAALDE ARBEID EISEN'. Maar zelfs hier zijn de auto's goed gepoetst en duur. De agressie van al die mensen die niet achter een glad geboend bureau potloden slijpen, wordt omgezet in verfbus, protestbrief, demonstratie en onderling geweld.
Maar het was en bleef een euforische dag. Nog niet het moment om aan te zetten tot de aanschaf van een kliefbijl om enige orde te scheppen in het fatsoenlijke verrijken, de glimmende mobiliteit, de strikt individuele eenheidsdracht. Zou het ook niet immoreel zijn geweld te prediken in een gepacificeerde maatschappij?
Wat mijn korte reis als bestemming had, is minder belangrijk dan de ervaring van hypocrisie. Welk geweld is niet nodig om zoveel civilisatie voor te wenden?