De aanloper

Uit De Aanloper:

HET VOORSPEL

 

1 Een valse start

Schiphol. Hij was vroeg van huis gegaan en daarna zat alles tegen. Het begon er al mee dat de tram voor z’n neus wegreed. Dat was achteraf bezien niet zo erg, want de vertraging die hij zo opliep was veel geringer dan de vertraging van de trein die hij moest hebben. Op die trein moest hij nog zeker een half uur wachten. Dan was er een soort langzaam-aan-actie op de luchthaven zelf, daarna onderhoud aan een benodigde roltrap – werkelijk alles zat tegen vanaf het moment dat anderen de loop van zijn dag bepaalden. En het gevolg was een tijdskrapte die hem bar nerveus maakte. Slechts op het nippertje kon hij zijn koffer nog afgeven – de juffrouw van de incheckbalie moest eerst opnieuw gezocht worden, haar hoofd reeds bij een volgend vluchtnummer. En hij zweette en vloekte en verwenste, binnensmonds en ingehouden – uiterlijk bleef het bij kribbigheid naar personeel toe dat zijn onrust opstookte door de flegmatiek van hun handelen. Pas in een brede hal, waarin iedereen voor je voeten lijkt te lopen als je haast hebt, vloekte hij echt en hartgrondig – pas toen duidelijk werd dat hij geen tijd meer had om taxfree whisky in te slaan.
Puffend en met een drijfnatte rug werd hij uiteindelijk, terwijl de motor reeds gierde, het toestel binnengelaten, als laatste. Een minuut later volgde de start, nog één later was het toestel in het wit gehuld.

De werkelijke ramp werd hem pas bewust toen hij een beetje wankelend in het middenpad stil hield om op adem te komen: nergens was meer plaats aan een raampje! Hij zou ergens midden in de buik van het toestel plaats moeten nemen, zonder het reddende oogcontact met de buitenwereld. Daar ben ik nou vroeg voor van huis gegaan!, dacht hij en z’n binnensmonds gevloek deed nu zelfs z’n lippen trillen. Gierig naar ruimte liep hij het hele vliegtuig door en ontdekte tenslotte een lege plaats naast een manspersoon die zó verdiept was in een omvangrijk boek, dat hij naar verwachting geen blik naar buiten zou werpen en die, hij kon de gedachte niet onderdrukken, dus eigenlijk ten onrechte aan een raampje zat. Dit was ook de enige vrije plaats en dáár plofte hij dus neer en hij probeerde door gericht ademhalen zijn maag in toom te houden. Claustrofobie wordt zo’n reactie meestal genoemd, maar bij hem lag dat wat anders. Het zou hem niets kunnen schelen in een cel opgesloten te worden (dacht hij, want enige ervaring daarmee had hij niet), onder voorwaarde dat hij de enige aanwezige mocht zijn. Zelf noemde hij zijn reactie ‘humanofobie’, een term die weliswaar niet bestond, maar zou moéten bestaan. Is immers uiteindelijk niet alle menselijke angst, angst voor mensen? Hij moest kunnen vluchten uit het oorverdovende geroezemoes, de opgefokte vrolijkheid, de drukkende mensengeur, wegvluchten van het overschreeuwen van iedereen door zichzelf, van de poeha van door welvaart gedreven assertiviteit. “Weet u wel dat de wereld van mij is? Ik heb ervoor betaald!” Het was die houding, die hij langzaamaan overal aantrof en die hem misselijk maakte en de ervaring had hem geleerd dat hij zich er in een vliegtuig alleen maar aan kon onttrekken wanneer hij zich kon concentreren op het kleine stukje buitenwereld dat overbleef – een venstertje uitzicht.

Klik hier om de complete tekst te downloaden als pdf-bestand en/of als epub-bestand:

pdfDe_AANLOPER.pdf

 

epubDe_AANLOPER.epub