oude liefde

de viool heeft een snaar gebroken
er staat schimmel op haar kast
tijden heeft niemand haar betast
de strijkstok ligt in tweeën
geknakt na overmoed
en hij bedoelde het zo goed

er is een korte rouwdienst die weinigen trekt
een dikke bas zoemt weinig opgewekt -
de koningsharp kromgetrokken door haar snaren
murmelt over ouderdom en paardenharen -
en dat muziek verwelkt met de tijd