liefde (1982)

Ben jij m'n lekker snoepie, m'n droppie of m'n poepie?
Ik ben jouw poppedeintje, je schatje, je treintje.
Ben jij mijn popje of m'n diertje?
Ik ben je drol en ook je beertje.

Laat ons nu toch gaan minnekozen,
M'n zoetemin, m'n hartedief
Ik wil zo gaarne met je vozen
Jij bent m'n enig, echte lief.

Kom kleintje, stamp je tamp erin!
Nee, roze mond, voor ik begin
Wil ik m'n liefde voor die ik bemin
Met mond en tong belijden.

Jou snee, of perzik, pruim of bef
Ik wil haar proeven in 't besef,
Dat jij m'n lat, m'n paal of gong
Laat smelten op je tong.

Wat lijkt je, m'n schattebout,
Zal `t smaken, dit witte goud?
Hoe lekker is dit minnespel,
Hoe zoet en bitter, oh hoe fel,
Oh, schone, gebruik je mondje wel.

Is 't goed gedekt, m'n hartewens?
Je tong bereid nu voor m'n flens?
Draal niet en laat me komen.
'K ben niet meer te tomen
Plots zie 'k door het bos de bomen.

M'n memmen, m'n prammen
Ze staan in vuur en vlam.
M'n kloten, m'n ballen,
Ze volgen 't speels geram.

Hoe begeerlijk, hoe minziek ook,
De tijd komt voor flamoes en pook
Het spel te laten rusten.
Hoewel we meer wel lusten.

En na wat rust kan 't herbeginnen
Het lustig spel der zinnen.
Jij bent dan weer m'n poppedeintje,
En ik voor een moment jouw treintje.