jij

het zijn je zelfkant, je knopen, de zoom van je bestaan
de querulante wellingen
het zijn je onbrandbare schepen die de zee doen stomen
de weerbestendige stellingen
het zijn je boven- en onderkant en al het tussenland
de betreedbare hellingen
en het is de kameraad die daar gaat en staat en praat
als hellende wellingstelling
als wellende stellinghelling

... die ik in je bemin

gelezen door de auteur